
De symptomen van de ziekte van Weil zijn: Hoge koorts, apathie, gewrichtspijnen, niet willen eten, braken, misselijkheid, veel drinken en plassen en eventueel bloedingen.
Bovenstaand ziektebeeld kan een verdenking geven op ziekte van Weil, samen met het verhaal van de eigenaar (zwemmen in stilstaand water en/of contact met knaagdieren). Bij een bloedonderzoek kunnen de nier- en leverwaarden gestegen zijn.
De prognose bij een met ziekte van Weil besmette hond is erg afhankelijk van de snelheid waarmee de behandeling plaats vindt en de mate waarop de organen zijn aangetast. Niet zelden zal een dier komen te overlijden na besmetting.
Tot voor kort werd de hond tijdens de jaarlijkse vaccinatie beschermd tegen 2 serovars die de ziekte van Weil veroorzaken. Sinds 2014 is er een verbeterd vaccin beschikbaar wat de hond beschermd tegen 4 serovars die de ziekte van Weil kunnen veroorzaken. Bij dit nieuwe vaccin moet uw hond, om optimaal beschermd te zijn, geboosterd worden. D.w.z. dat het noodzakelijk is om 4 weken na inenting met het vernieuwde vaccin uw hond nogmaals in te laten enten.