We gaan het hebben over een beestje wat voor de hond m.n. in het najaar veel jeuk kan veroorzaken. Dit beestje heeft in de volksmond vele namen, grasmijt, herfstmijt, oogstmijt, maar de officiële benaming is Neotrombicula autumnalis.

De Neotrombicula autumnalis is een 8 potige oranje mijt die plaatselijk in Nederland, maar ook wereldwijd, voorkomt. Op sommige plaatsen in Nederland hebben ze nog nooit van deze mijt gehoord, maar op andere plaatsen komt deze mijt vaker voor. Deze mijt wordt vooral gevonden op kalkhoudende gronden, weilanden, grasstroken langs de waterkant en houdt van lage vegetatie.

De volwassen mijt leeft ongeveer 10 maanden en voedt zich met plantaardige materiaal. De mijt heeft een oranje kleur en de grootte van een speldeknop. Hij is met het blote oog net te zien. Zo gauw als de mijt eieren gelegd heeft gaat deze dood.
Rond augustus, maar soms al in juni of juli, komen er 6 potige larven uit de eieren. Deze larven klimmen op gras of laaghangende struiken. Ze leven van insecten en andere mijten, maar zo gauw er een gastheer (hond, kat, mens) voorbij komt hechten ze zich hierop vast. De larven leven van het lymfe- en weefselvocht van hun gastheer. Door de beet van deze larve blijft er speekselafscheiding achter bij de gastheer wat na enkele uren kan leiden tot erge jeuk.
Nadat de larve zich volgegeten heeft laat deze zich van de gastheer afvallen en ontwikkeld zich tot een nymf en daarna tot een volwassen mijt. De totale levenscyclus van deze mijt is ongeveer 2 maanden.

De door de beet achtergelaten speekselafscheiding veroorzaakt dus jeuk en rode bultjes. Doordat de hond gaat krabben kunnen er huidontstekingen, schilfers en kale plekken ontstaan.
De larve zit vaak op een plaats bij de hond waar deze contact maakt met de grond, zoals de voeten, kop, oren, buik en anus. Typische reacties op deze mijt zien we m.n. tussen de tenen en op de neus en de oren.
Omdat de larven graag in groepjes bij elkaar zitten kun je ze met het blote oog zien, gaat het om een enkele larve dan is een vergrootglas of microscoop nodig.

De jeuk houdt aan ook als de larve de hond al verlaten heeft. Als de larve niet meer zichtbaar zijn dan kan informatie over het uitlaatgebied een hulp zijn bij het stellen van een diagnose. Plaatselijke dierenartsen zijn meestal wel op de hoogte waar de mijt zich in het vroege najaar ophoudt.

De bestrijding is vrij eenvoudig. Wassen en sprayen met middelen die werken tegen vlooien en mijten helpt zolang er nog beestjes aanwezig zijn of de hond weer uitgelaten moet worden in hetzelfde gebied. Soms zijn de huidontstekingen echter zo ernstig dat de dierenarts een behandeling moet instellen.
Ook in dit geval is voorkomen weer beter dan genezen. Een uitlaatgebied vermijden waar de Neotrombicula autumnalis voorkomt rondom augustus werkt het beste!

Deze mijt kan overigens ook bij mensen veel problemen veroorzaken, maar de kans dat de mijt van de hond op een mens over gaat is heel klein.

Bron      Dierenkliniek Wilhelminapark   
                Dierenartsenpraktijk Zaltbommel